Aan welke eisen moet een goede Perro voldoen?

Geplaatst op zondag 21 maart 2004 @ 15:06 , 748 keer bekeken


ALGEMEEN BEELD:
Eenvoudig hond van goede verhoudingen (middelzwaar). Langschedelig. Is in afmetingen iets langer dan hoog (verhouding 9:8). Harmonisch gevormd, een sierlijke verschijning. Is atletisch gebouwd en goed gespierd, dit dankzij voortdurende oefening. Heeft een rechtlijnig profiel. Zicht, reuk en gehoor zijn zeer goed ontwikkeld.

KARAKTER:
Trouw, gehoorzaam, vrolijk, ijverig, moedig en evenwichtig. Heeft een groot leervermogen door zijn buitengewone begripsvermogen. Past zich aan alle situaties aan.

GEBRUIK:
Herderhond, jachthond, hulp bij de vissers en gezelschapshond.

GROOTTE EN GEWICHT:
Schofthoogte van de reuen: 44 tot 50 cm.
Schofthoogte van de teven: 40 tot 46 cm.
2 cm meer is toegestaan, mits de bouw van de hond harmonieus blijft. Minder mag nooit.
Gewicht van de reuen: 18 - 22 kg.
Gewicht van de teven: 14 - 18 kg.

HET HOOFD:
Stevig hoofd, sierlijk gedragen.
Schedel: Platte schedel, onopvallende achterhoofdsknobbel. Schedel en voorsnuit lopen evenwijdig aan elkaar.
Stop: Licht geprononceerde stop.
Neus: De neusgaten zijn goed zichtbaar. De neusspiegel heeft dezelfde kleur, of is iets donkerder dan de donkerste kleur van de vacht.
Voorsnuit: De verhouding tussen de schedellengte en de snuit is ongeveer 3:2.
Lippen: Goed aansluitende boven- en onderlippen.
Gebit: Goedgevormde, witte tanden. Goed ontwikkelde hoektanden.
Ogen: De ogen staan een beetje schuin en tamelijk ver uit elkaar. Ze zijn zeer expressief. Iris van hazelnoot- tot kastanjekleurig, overeenstemmend met de vacht is wenselijk. Het bindvlies is niet zichtbaar.
Oren: Halfhoog aangezette, driehoekige, hangende oren.

NEK:
Kort en gespierd, met strak aanliggende huid.
Zeer goed aangesloten op de schouders.

LICHAAM:
Robuust lichaam.
Bovenbelijning: Recht.
Onderbelijning: Strakke buiklijn.
Schoft: Weinig opvallend.
Rug: Recht en krachtig.
Borst: Breed, diep. Goed gebogen ribben.
Ruime borstkast met groot longvolume.
Croupe: Iets aflopend.

VOORHAND:
Stevig en recht.
Schouders: Goed gespierde schuinstaande schouders, perfect aangesloten op de borstkas.
Ellebogen: Evenwijdig en dicht tegen de borst aangelegen.
Voorpoten: Krachtig en recht.
Polsen: Krachtig, iets kort.
Voeten: krachtige middenvoetsbeentjes en voetwortels met stevige botjes en pezen. Ronde voeten met goed aangesloten tenen. Nagels van verschillende kleur mogen. Sterke, resistente voetkussentjes.

ACHTERHAND:
Perfect verticaal. Niet opvallend gehoekt em met spieren die in staat zijn het lichaam de krachtige impuls te geven bij het lopen en voor het maken van gemakkelijke en sierlijke sprongen.
Dijbenen: Breed en goed bespierd.
Onderbenen: goed ontwikkeld.
Sprongen: Diep spronggewricht.
Knieën: Kort, droog en vericaal geplaatst.
Voeten: zie voorhand.

STAART: Halfhoog aangezet. De Puppy's kunnen met of zonder staart geboren worden. Als ze met staart geboren worden dan dient deze vrolijk gedragen te worden. Een volledige krulstaart is verwerpelijk.

GANGWERK: De voorkeursgang is de draf, hoewel hij ook een spectaculair gamma van sprintjes, sprongen , draaien en dribbels laat zien die blijk geven van zijn onuitputtelijke energie. De galop is kort en huppelend.

HUID:
Soepel, fijn, strak om het lichaam sluitend, met kastanjekleurige pigmentatie, zwart of in overeenstemming met de donkerste tint van de vacht.
Hetzelfde geldt voor de slijmvliezen.

VACHT:
Lang en uniform over het gehele lichaam. Altijd gekruld en wollig. In geen geval worden kunstmatig geschoren exemplaren toegelaten. De maximaal toegestane lengte van het haar voor tentoonstelllingen is 12 cm (gladgestreken 15 cm) en de minimale lengte is 3 cm.

KLEUR:
Toegestaan worden alle eenkleurige vachten en de vachten, waarbij twee kleuren gelijkmatig verdeeld zijn, waarbij altijd wit aanwezig moet zijn. Driekleur is niet toegestaan.

FOUTEN:
Iedere afwijking vna de hiervoor genoemde punten moet beschouwd worden als een fout, die beoordeeld zal worden in verhouding tot de zwaarte van de afwijking van de standaard.

ERNSTIGE FOUTEN:
Duidelijke zadelvorming aan de rugkant van de lendenen.
Geen rechte poten.
Hangende of extreem opgetrokken buik.

DISKWALIFICERENDE GEBREKEN:
Boven- of ondervoorbijtend gebit.
Aanwezigheid van rudimentaire tenen.
Het ontbreken van een of beide teelballen.
Gladde of golvende vacht.
Albinisme.
Gespikkelde, zwartgevlekte of bruingevlekte vachten.
Onevenwichtig karakter.

FCI-Standard N° 336 / 03. 09. 1999 / GB
SPANISH WATER DOG
(Perro de agua español)

TRANSLATION : Mrs. Peggy Davis.
ORIGIN : Spain.
DATE OF PUBLICATION OF THE ORIGINAL VALID STANDARD : 03.09.1999.
UTILIZATION : Used as shepherd dog, hunting dog and assistant to the fisherman.

CLASSIFICATION F.C.I. :
- Group 8 Retrievers - Flushing Dogs - Water Dogs.
- Section 3 Water Dogs.
- Without working trial.

BRIEF HISTORICAL SUMMARY : The presence of this dog in the Iberian Peninsula is most ancient. His origin is the same like that of the old « Barbet ». His most dense population is in Andalusia where he is used as a shepherd dog, and where he has been known for centuries as the « Turkish dog ». His characteristics, most particularly the quality of his coat, are adapted to the variation of humidity and drought of the marshy regions, which qualifies him as a shepherd dog and as a helper to the hunters of waterfowl and fishermen in those regions.

GENERAL APPEARANCE : Rustic dog, well proportioned (medium weight), dolichocephalic, of rather elongated harmonious shape and attractive appearance, of an athletic nature with well developed muscles owing to his regular exercise; the profile is rectilinear; his sight, hearing and scent are well developed.

IMPORTANT PROPORTIONS :
- Length of body / size (height at withers) = 9 / 8.
- Depth of chest / size (height at withers) = 4 / 8.
- Length of muzzle / length of skull = 2 / 3.

BEHAVIOUR / TEMPERAMENT : Faithful, obedient, gay, hard working, watchful and well balanced. Learning ability is outstanding owing to his extraordinary mental grasp; he adapts to all situations and conditions.

HEAD : Strong, carried with elegance.

CRANIAL REGION :
Skull : Flat with only slightly marked occipital crest. Axes of skull and muzzle parallel.
Stop : Facial-cranial depression gentle, only slightly marked.

FACIAL REGION : Profile is rectilinear.
Nose : Nostrils well defined. Nose is of the same colour or slightly darker than the darkest tone of the coat.
Lips : Well fitting; labial corners well defined.
Teeth : Well formed, white, with well developed canines.
Eyes : Slightly oblique position, very expressive; of a hazel to chestnut colour, should harmonize with the colour of the coat. The conjunctiva is not apparent.
Ears : Set at medium height, triangular and drooping.

NECK : Short, well muscled, without dewlap, well set into the shoulders.

BODY : Robust.
Topline : Straight.
Withers : Hardly marked.
Back : Straight and powerful.
Croup : Slightly sloping.
Chest : Broad and well let down - ribs well arched; diameter of thorax ample indicating considerable respiratory capacity.
Underline : Belly slightly tucked up.

TAIL : Set at medium height. Docking must be done at the height of the 2nd to the 4th caudal vertebra.
Certain subjects show a congenital shortened tail (brachyouria).

LIMBS
FOREQUARTERS : Strong and vertical.
Shoulders : Well muscled and oblique.
Upper arms : Sturdy.
Elbows : Close to the chest and parallel.
Forearms : Straight and sturdy.
Carpus(Pastern joint) and pastern : Straight, rather short.
Front feet : Rounded, toes tight, nails of varied colours; resistant pads.
HINDQUARTERS : Perfectly vertical with not too pronounced angulations and muscles capable of transmitting to the body a very energetic impulsion and the spring necessary for easy and elegant jumping.
Upper thighs : Long and well muscled.
Second thighs : Well developed.
Hock joint : Well let down.
Hock : Short, lean and perpendicular to the ground.
Hind feet : As the forefeet.

GAIT / MOVEMENT : The preferred gait is the trot.

SKIN : Supple, fine and well adhering to the body. Can be pigmented brown or black, or be without pigment according to the colour of the coat. The same applies to the mucous membranes.

COAT
HAIR : Always curly and of a woolly texture. Curly when short, can form cords when long. Clipped subjects are admitted; the clipping, always complete and even, must never become an « aesthetic » grooming.
The recommanded maximum length of the hair for shows is 12 cm (15 cm extending the curl) and the minimum is 3 cm to see the quality of the curl.
The puppies always are born with curly hair.

COLOUR :
Solid : White, black and chestnut in their different shades.
Bicoloured : White and black or white and brown in their different shades.
Tricoloured subjects, and black and tan as well as hazelnut and tan dogs are not admitted.

SIZE AND WEIGHT :
Height at withers : males 44 to 50 cm,
females 40 to 46 cm.
2 cm maximum deviation are admitted in both sexes whenever the subject maintains balance according to his height at withers.

Weight : males 18 - 22 kg,
females 14 - 18 kg.

FAULTS : Any departure from the foregoing points should be considered a fault and the seriousness with which the fault should be regarded should be in exact proportion to its degree.

SERIOUS FAULTS :
Dorso-lumbar region distinctly saddle-backed.
Limbs incorrect.
Belly let down or excessively tucked up.

ELIMINATING FAULTS :
Inferior or superior prognathism.
Presence of dewclaws.
Smooth or wavy coat.
Albinism.
Spotty or flecked coat, black and tan or chestnut and tan coat.
Lack of balance in character.
Evident timidity or aggressiveness.

N.B. : Male animals should have two apparently normal testicles fully descended into the scrotum.


Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan: